De Grivelletjes in Australië

Great Ocean Road (dag 1)

Vanmorgen werden we wakker en de zon scheen! Strakblauwe hemel erbij, het was mooi weer! Joepie! Eerst de noodzakelijk boodschappen gedaan en toen, In T-shirt en met de raampjes open, op weg gegaan, de Great Ocean Road op. Wat een mooi uitzicht. Aan de ene kant de oceaan, aan de andere kant bergen. Het deed mij erg denken aan de weg tussen Split en Pula (voormalig Joegoslavië), maar dan zonder autowrakken op de rotsen bij het water.
Erg hard konden we niet rijden, want de Great Ocean Road is erg bochtig. Maar dat gaf niet, want we hoefden niet zo ver.

Halverwege, in Lorne, zijn we even van de weg afgegaan om een kijkje te nemen bij de Erskine Falls, één van de hoogste watervallen in het Otway natuurparkgebeuren. Het was nog een hele klim. Op de terugweg! Want heen ging nog wel, 200 meter naar beneden. Maar ja, we wilden toch ook wel graag verder rijden, dus moesten we ook weer 200 meter omhoog. Merel rende als een hinde de trappen weer op “Waar blijven jullie nou!?!”, Theo en ik sjokten in gestaag tempo en uiteindelijk flink hijgend dezelfde weg naar boven. Ach, we troosten ons maar met de gedachte dat er hele volksstammen zijn die niet eens naar beneden gaan. Maar we zijn natuurlijk gewoon al hartstikke oud (hè, Merel? Wij houden ook van jou).

Ook nog even bij Teddy’s look out gestopt. Dat zou het beste, mooiste, geweldigste look out point langs de Great Ocean Road moeten zijn. Wij zijn niet overtuigd.

Om 3 uur waren we dan op de camping waar we zo naar uitgekeken hadden: Bimbi Park.
Wat een tegenvaller was dat, zeg. Tjongejonge, echt helemaal niets aan. Ja, in het hoogseizoen misschien, als je met je hele scoutinggroep of een schoolkamp hier zit. Maar zo met z’n drietjes? Heel jammer.
Geen paardrijden, want het seizoen is voorbij. Geen internet. Douchen tegen betaling. Niks te doen verder en een hele wilde, beetje enge campinghond die meteen al Merel ondersteboven is gerend.
De campingmevrouw was ook geen reclame voor de zaak. Ze kwam in eerste instantie niet eens haar huis uit. Moesten we via een mobilofoon/intercom praten. “Zet je camper maar ergens neer, betaal je later vandaag of morgen”. Dat was het, zoek het verder maar uit.
Nou ja, één troost: er staan hier paarden die zich laten aaien en daar hebben we de camper strak naast geparkeerd. Kunnen we daar leuk naar kijken.
En het stikt hier van de koala’s! Ook op de camping. Merel en ik hebben nog geprobeerd om erbij in de boom te klimmen, maar dat is niet helemaal gelukt. Tjonge, wat zitten die beesten hoog. Leuk hoor, dat ze zo dichtbij zitten. Nu alleen nog een levende wombat in het wild zien en ons geluk is compleet.

’s Middags wilden we nog even naar de vuurtoren op Cape Otway. Volgens de boekjes de belangrijkste vuurtoren van Australië. Eerst een onwijs eind rijden en toen bleek dat we om daar heen te mogen lopen nog moesten betalen ook. Terwijl het ondertussen ook nog was gaan regenen. Dat hebben we maar niet gedaan. Vanavond ging het nog harder regenen en nog onweren ook! Arme koalaatjes. Arme paarden.

Morgen gaan we naar de Tree Top Walk en zoeken we daarna lekker een andere camping op.

Reacties

Reacties

Heleen

Gaaf!! The great ocean road.... Ik kan het me nog goed herinneren... Al die papegaaien die om je hoofd vliegen en zo.. Wij hadden helaas geen koala's... Alleen jammer van zo'n ongastvrij welkom...zou je toch niet verwachten in Oz. Had je je verkleed als Duitser? Veel plezier nog daar ondersteboven ouweluitjes (behalve Merel dan):-))

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!