Goudmijn in Sovereign Hill
Gisteravond laat naar bed, want lekker liggen lezen, Merel en ik. We waren vandaag dan ook wat later wakker. Rustig aan gedaan, want onze volgende bestemming was slechts 5 km rijden van de camping. Terwijl Merel en Theo nog een rondje bladerminigolf gingen spelen heb ik nog even wat gerommeld op internet en na een heerlijk ontbijtje van toast met jam en een emmer koffie zijn we om 10 uur vertrokken. Eerst de verkeerde kant op gereden ….. zodat we toch nog een half uur gedaan hebben over die 5 km. Hahaha.
Vandaag gingen we naar Sovereign Hill. Een plaatsje gebouwd rond een goudmijn. De goudmijn is in 1851 (meen ik mij te herinneren) geëxploiteerd. Rond de mijn is een heel dorpje in de stijl van die tijd gebouwd. Heel mooi gedaan en alle winkeltjes waren ook daadwerkelijk in gebruik. En waren ingericht zoals toen met spullen van toen. De mensen in de winkels en op straat liepen ook in kleding uit die tijd. Hartstikke leuk. Je kon ook oude ambachten bedreven zien worden. Zo hebben we een hoefsmid in actie gezien, maar ook een paar “redcoats” (soldaten) die ook nog eens met veel lawaai hun musketten afvuurden en tot Theo’s vreugde was er ook een grote stoominstallatie. Met enorme ovens waar bijna hele bomen in gingen. Uiteraard zijn we ook met een rondleiding door de oude goudmijn meegegaan. Met een treintje zoals waar we bij de Scenic World in de buurt van Sydney in hadden gezeten gingen we de mijn in. Toen een stukje gelopen, een boel uitleg gekregen, een demonstratie van een pneumatische boor gehoord (auauau, wat een herrie was dat!) en toen met een ander geinig treintje de mijn weer uit.
Merel vond het een saaie boel, op de treintjes na. Maar Theo en ik waren wel onder de indruk. Wist je bijvoorbeeld dat je vanaf 12 jaar in de mijn mocht werken? Dagen maakte van 12 uur en dat je als volwassen vent een salaris verdiende dat gelijk staat aan AUD 100.000,00 nu? Daar stond wel tegenover dat je niet erg oud werd. Als je de 40 jaar haalde had je “mazzel”. Gemiddeld stierf er een man per week. De werkomstandigheden waren dan ook niet daverend. Er was natuurlijk heel veel stof, dus veel mannen stierven aan stoflongen. Daarnaast had je het lawaai van het hakken. Met de hand al niet prettig, maar later met die pneumatische boor helemaal verschrikkelijk. En er was natuurlijk altijd het gevaar bedolven te worden onder rotsen. Die werden met kruit en later met dynamiet opgeblazen en dan moest je met je slechte gehoor (door die pneumatische hamers half doof geworden) door alle pestherrie (van die pneumatische hamers) heen natuurlijk wel de signalen horen dat je moest maken dat je wegkwam.
Overigens zagen we in een ander gedeelte van de mijn nog een ingenieus waarschuwingssysteem: palen. Als je er langs loopt denk je: “Stutten”. Maar dat zijn het niet. Slaat ook helemaal nergens op, een enorme berg denken te kunnen stutten met een paar lullige paaltjes. Telling Tommies heten ze, die palen. Als ze begonnen te kraken of splinteren of scheuren betekende dat de rotsen erboven begonnen te bewegen. Wegwezen dan, zo snel je kon. Geinig, weer wat geleerd.
Boven de grond konden we in een klein beekje zelf op zoek naar goud. Regel in het dorp was “Finders, keepers”, dus dat wilde Merel wel proberen. Met schep, kom en zeef ging ze aan de slag. Een boel werk, beetje zwaar ook wel, maar wel heel spannend.
Maar het spannendste gebeurde aan het einde van ons bezoek.
Door het stadje reed ook een postkoets. Daar zijn we niet in geweest, maar we hebben wel veel paarden gezien. Op een gegeven moment waren we Merel kwijt en hoorden we een heleboel lawaai en geschreeuw uit Mainstreet komen. Bleek dat een blond meiske een paard had gejat en daarop als een dolle door de stad had gereden, het leven van diverse wandelaars in gevaar brengend. Nou doen ze hier niet moeilijk want binnen een minuut of 10 werden er posters opgehangen waarop het allemaal stond te lezen. Wanted: Merel Grivel!!!
Zodra we haar weer gevonden hadden, hebben we haar allebei onder een oksel gegrepen en zijn snel het dorp uitgerend. Hup, de caravan in en wegwezen!
Wat? Geloof je me niet? Nou, het is echt waar hoor. En dat kunnen we bewijzen ook, want we hebben nog gauw één van die posters van een paal gerukt. Merel zal ‘m na de vakantie mee naar school nemen, kan je het zelf zien.
Op naar de volgende stop. We lopen een dagje voor op schema, dus echt heel veel haast hebben we niet. De bedoeling was om vandaag naar Great Otway National Park te gaan. Daar is zoveel leuks te beleven dat we daar 2, misschien wel 3 nachten willen blijven. Maar halverwege er naar toe hadden we echt geen zin meer om de volgende 100 km. ook nog te rijden. Het zonnetje scheen (eindelijk), we wilden naar buiten! Dus gestopt in Torquay, The Surfers Capital of Australia. Vlak bij het strand een camping gevonden (met springkussen, joepie!) en daar staan we nu. Vanavond naar en over het strand gewandeld. De zee was erg rustig en het was aflopend tij, dus geen surfers gespot. Misschien morgen.
Op de terugweg een pizzaatje gehaald. Mjammie. En het was zoveel, dat we morgen weer pizza eten. Vanavond nog even een boekje onder de neus en dan morgen op naar Otway!
Reacties
Reacties
ohohh wat een boef is Merel zeg, nooit achter haar gezocht:-)) Nu mogen jullie de rest van de reis wel goed in de gaten houden of jullie niet gezocht worden door de sherrif...
Leuk weetje van die telling tommies, vraag me dat ook al jaren af waarom ze die gangen met hout stutten...
Ook handig om te weten msh is dat bladergolf in Oz niet zo'n onschuldig spelletje is als huer in NL. (ik neem tenminste aan dat jullie spelen met gevallen blad?) Want die bergen bladeren zijn namelijk hele fijne plekken voor niet zulke fijne beestjes daar aan die kant. Die heel gevaarlijk kunnen zijn. Ik wil jullie plezier niet bederven sorry maar voor een spelletje golf kun je echt beter een echte golfbaan zoeken;-))
Groetjes en veel plezier!!
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}