De Grivelletjes in Australië

Weer thuis

Na bijna 30 uur non-stop reizen trokken we vandaag om iets voor 12 uur 's middags onze eigen voordeur achter ons dicht. Hè, fijn.

Meteen even naar bed en nu, 3 uurtjes later, verklaar ik de vakantie definitief voorbij. Morgen manlief weer naar het werk, Merel naar school en ik weer aan de slag. Morgen ook Kuki ophalen, Harley mag nog even wat langer logeren (sorry, Erik en Mary, we willen 'm echt terug) en dan zijn we weer compleet.

Wat een geweldige vakantie hebben we gehad! Wat hebben we een boel gezien en nog meer geweldigs meegemaakt. Een aaneenschakeling van bijzondere ervaringen. Wat een prachtig land. Hoewel we verwachten dat het ontzettend moeilijk gaat worden een visum te bemachtigen, gaan we zeker proberen of we ons er definitief kunnen gaan vestigen. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Iedereen bedankt voor het meelezen en alle reacties. Dat hebben we zeer gewaardeerd.

Adelaide, dag 3

Een rustige dag vandaag. Beetje saai zelfs. Op 2 dingen na.

Vanmorgen besloten we naar Port Adelaide te gaan. Dat is in het noorden en daar zitten een maritiem museum, een spoorwegmuseum en een dolfijnen sanctuary. Vooral de laatste leek ons leuk, maar we konden op internet niet vinden of we er naar binnen mochten. We stelden ons namelijk een soort Leni 't Hart voor dolfijnen voor.
Wij dus die kant op. Op zoek naar dat gezellige haventje met die musea en andere toeristische toestanden. Nou mooi niet te vinden! Wel havengebied, zoals de Maasvlakte. Na heel wat rondrijden en gevloek omdat straten niet op de minieme kaart stonden die we bij ons hadden, kwamen we plotseling een bordje tegen van een informatie centrum. Hoera! Gered!
Het dolfijnen sanctuary bleek geen omheind iets, maar het water rondom het havengebied. Daar kon je met een boot mee en dan had je kans dat je dolfijnen zou zien. Maar helaas, die was net een kwartier geleden vertrokken, maar de vriendelijke info-dame tipte ons waar heen te gaan waar de kans op het zien van dolfijnen het grootst was. Met gedetailleerde kaart vertrokken wij weer.

En ja hoor, op de plek waar ze had gezegd zagen we zeker 5 dolfijnen dartelen! Wel een eind weg, maar dat maakte het niet minder leuk. Wat waren ze bezig. Heen en weer zwommen ze en af en toe sprongen ze in het geheel boven het water uit. Geweldig. Na een tijdje was het speelkwartier voorbij en zwommen ze weg. We konden ze een poosje volgen, want af en toe kwam er dan een vin boven water, maar op een gegeven moment was het over.

Wij weer terug naar de auto, maar eerst nog even naar de wc. Oh, en daar is een leuk strandje, daar willen we ook nog even overheen. En toen we daar stonden bleek één van de dolfijnen daar ook een beetje rond te hangen. Opeens kwam hij, op nog geen 2 meter van waar wij stonden, uit het water omhoog en zwom daarna weg. We schrokken ons een hoedje, maar waren ook ontzettend blij verrast. Ik heb nog nooit zo snel de fotocamera uit de tas gerukt. Net niet snel genoeg om 'm helemaal te fotograferen, maar wel net z'n rugvin.

Wow, dat was weer een hoogtepuntje van onze reis.

's Middags een beetje op het strand rondgehangen. Merel heeft een zandkasteel gebouwd, Theo zat lekker in het zonnetje en ik heb wat lopen rommelen met m'n fototoestel om wat artistiekerige foto's van man en kind te maken.

's Avonds weer naar Outback Jack geweest voor het eten. Weer gesmuld en toen door naarvrienden van mijn zus en zwager die zouden kunnen helpen bij onze emigratie. 3 uur lang gezellig zitten kletsen. Veel informatie gekregen over emigreren zelf, maar ook over het leven van alledag in Australië. We hebben een boel om over na te denken en nog meer om te regelen als we weer thuis zijn!

Morgenmiddag vertrekken we. We hebben goede aansluitingen, 'slechts' 2½ uur overstaptijd o zowel Singapore als Frankfurt, dus zondagochtend rond een uur of 10 's ochtends zouden we aan moeten komen op Schiphol.

Adelaide, dag 2

Vandaag zijn we begonnen met rondkijken in Adelaide waar we wel en waar we niet zouden willen wonen. Het merendeel van waar we geweest zijn leek ons prima. Wat een ruimte, wat een mooie stad. Veel groen, enorm ruim opgezet. Bijna geen hoogbouw, behalve in het centrum. Daar staan wel een paar torens, maar echt weinig. Hier in Glenelg zitten we vlak aan zee en daar staan wat appartementengebouwen met uitzicht op de zee die hoger zijn, maar verder ... alleen laagbouw en allemaal vrijstaand. Nou ja, meestal met slechts 10 centimeter ertussen, maar een knurft die daarop let.
Ongelofelijk dat er meer dan een miljoen mensen wonen. Waar zijn die dan allemaal?

Op internet gezien dat er ook zat huizen te koop staan momenteel die binnen ons budget vallen, dus dat lijkt ons geen probleem worden, mochten onze plannen allemaal lukken.

Na de huizen-kijk-rondrit naar het Chinatown van Adelaide gegaan. En daar wat souvenirs gekocht. Na lang wikken en wegen (de hele reis zo ongeveer) heeft Theo dan toch een Australische hoed gekocht. Uiteraard ook een paar T-shirts met leuke opdruk. Merel kon zo moeilijk kiezen tussen een koala en een kangoeroe, dus voor haar een vestje met beide erop geborduurd gekocht en voor mij een geel vest met groene accenten. Ik vermoed dat het de kleuren van de Australische cricketers is. Maar ik kan me vergissen.

En nog wat leuke dingetjes, maar dat verklappen we niet.

In Chinatown ook gegeten. Leuk, gekke hapjes. Daarna nog even lekker rondgekeken. Reken maar dat ik hier m'n verse groenten, fruit en vlees ga kopen, mocht ik hier ooit gaan wonen, want alles zag er supergoed uit en de prijzen waren voor Australische begrippen ongelooflijk laag.
In de supermarkt kost bijvoorbeeld een: kilo appelen zo'n 4,5 dollar. Omgerekend: €3,60. Lekker brood, dus niet van dat tostibrood, kost ook zoiets. Per stuk. Melk 2 dollar per liter, kaas 20 dollar per kilo. En groenten ga ik niet eens opnoemen. Bier per karton van zo'n 30 blikken kost van 375 ml kost, hou je vast, minstens 40 dollar. Potje mayonaise, simpel, simpel kost minstens 2,5 dollar. En dan is het nog vies ook. En 10 zakjes oploscappuccino 6,5 dollar. Je kan ook in een koffieshopje een beker kopen, dan ben je bijna 5 dollar kwijt (deze dingen weet ik toevallig allemaal uit 'm n hoofd, omdat we dit allemaal regelmatig gekocht hebben). Maar goed, er zijn ook goedkopere plekken en Chinatown is er dus één van.

Vanmiddag zijn we naar een gebouw geweest waar kinderen binnen van alles konden doen. Er stond een carrousel, er was een Bal-lorig-achtig ding (voor degenen onder jullie zonder kinderen: daar kunnen kinderen klimmen en klauteren), botsautootjes, midgetgolf en allerlei computerspellen. Maar wij kwamen er voor de waterslides! Die zagen we gisteren vanaf het strand aan de buitenkant van het gebouw hangen. Wow, daar moesten we heen! Tickets gekocht en hup naar boven. Er waren er drie: de Twin, waar je met z'n tweetjes in mocht. De Speed, waar je in je eentje in kon en die werkelijk razendsnel was en de Raft. Ook deze naam zegt het al: daarin ging je met een raft = vlot.
Theo hoefde niet zo nodig, dus gingen Merel en ik samen. Eerst omhoog, naar het begin naar de tunnels. Vier verdiepingen hoog. En dan maar glijden. Joepie! Dat was leuk! De Raft was het gaafst. Ging je samen op een opblaasvlot met 2 gaten erin (één voor Merels en één voor mijn bevallige billetjes) en dan glijden maar. In het donker! Leuk!! Die hebben we 2 keer gedaan.

En toen was het weer mooi geweest. Ondertussen was het ook al weer etenstijd en zijn we bij Outback Jack gaan eten. Een steakhouse zoals het hoort. Theo had een spies met rundvlees, echt enorm. Bleek rond de 350 gram biefstuk aan te zitten. En dan nog groenten en een enorme stapel 'wedges' erbij (soort patatachtig spul. Verrukkelijk). Ik had 'skippy dundee': stokjes met kangoeroevlees en krokodillenvlees. Skippy was heerlijk, de krokodil een beetje taai en niet echt spannend. Maar wel leuk om een keer geprobeerd te hebben. Merel heeft van onze bordjes meegegeten. En nog kregen we het niet op allemaal. Maar we hebben ons best gedaan en zijn naar buiten gerold.

Vanavond nog een rustig avondje in het hotel voor de boeg. Geen idee nog wat we morgen gaan doen.

Aangekomen in Adelaide

Wat een luxe! Online m'n stukkie tikken. Want we zitten in een hotel met gratis wifi zonder tijdsrestricties.

Vandaag de huurauto opgehaald, de camper ingeleverd en naar het hotel gegaan. De huurauto was even een probleem, want kon onze reservering was onvindbaar. De hele reis is geboekt onder mijn (meisjes)naam, maar de auto weer niet. Wonderlijk ... Maar het is gelukt, dus wij besturen nu een prachtige zilvergrijze Toyota Corolla. Wat een luxe na die schuddende en trillende camper.

Het inleveren van de camper was ook geen probleem. De schade was al bekend en administratief verwerkt. Klaar. Dat was fijn.

Het hotel is geweldig. Het is een niet al te groot hotel aan de marina van Glenelg. Ruime kamer met uitzicht op de haven. Heerlijk, zoveel ruimte. De caravan was prettig, maar dit is toch ook wel heel erg aangenaam, hoor. En een echt bed. En een eigen douche met bad. Heerlijk, heerlijk, heerlijk.

Vanmiddag even nog een paar boodschapjes gedaan. Tussen de middag bij Kentucky Fried Chicken gegeten. Ons eerste echte junkfood deze reis (en dit jaar ook overigens. Hahaha, eten wij nooit, bij McDonalds enzo)! En we hebben gesmuld.

Eind van de middag zijn we de boulevard en het strand gaan verkennen. En daar een prachtige zonsondergang gezien. En toen was het opeens etenstijd. Heerlijk uit eten geweest in een ... uh ....tja, wat voor tentje eigenlijk? Theo had teppanyaki (Japans?) en ik green curry (India?) en Merel noodles (Chinees?). Nou ja, Oosters dus. Erg pedis, maar ook errug lekker.

En nu liggen we uit te buiken in het hotel. Vanavond op internet op zoek naar huizen te koop in Adelaide en daar dan morgen langsrijden om te kijken. Beetje oriënteren wat er in onze prijscategorie mogelijk is. En zoeken naar banen of uitzendbureaus in de regio.

Vrijdag gaan we bij Tamara en Theo (en hun kinderen Eline en Jasper) langs. Vrienden van Xandra. Zij helpt emigranten met hun visum, dus wie weet dat zij nog wat voor ons kunnen betekenen.

Granite Island

Onze laatste echte dag in de camper. Een leuk dagje in het vooruitzicht: pinguïns kijken op Granite Island. Eerst over de loopbrug naar het eiland toe. We waren al gewaarschuwd dat de brug under construction was, maar we konden er lopend goed overheen. We waren een beetje vroeg op het eiland, om kwart over 10 al en de pinguïn-toestand ging pas om 11 uur open, dus besloten we een wandeltje om het eiland heen te maken. Mooie uitzichten. Geen pinguïns helaas. Theo had zijn verrekijker bij zich, in de hoop een vroege walvis te spotten, maar ook die niet gezien. Na het rondje eiland even een bakkie koffie gehaald en een heerlijk caramelgebakje gegeten (wow, wat was dat lekker!) en toen naar de pinguïnopvang. Dat bleek veel kleiner dan verwacht. Twee keer het klaslokaal van Merels klas en dan had je het wel gehad. En buiten nog zoiets maar dan met een badje erin. Daar waren de zielige pinguïnnetjes. Hier vangen ze de kleinste pinguïnsoort ter wereld op en ze komen ook alleen hier voor.

Om half 12 begon het voeren. Leuk man, die kleine beessies. Helaas gooiden een paar van die asociale lijers van zeemeeuwen roet in het eten. Die pikten heel brutaal de visjes voor de pinguïns hun neus weg. Was een vaak voorkomend probleem, vertelde de mevrouw van het opvanghuis. Raar dat ze dan niet een net spannen zodat die vervelen helemaal niet in de buurt komen. Maar daar zal wel een reden voor zijn.
Een paar weetjes te horen gekregen:

  • In 2000 waren er nog 20.000 pinguïns in Victor Harbor. Vorig jaar stokte de telling op 102 ... Veelal opgegeten door zeeleeuwen maar ook door haaien die weer op de zeeleeuwen afkomen.
  • De pinguïns 1 keer per jaar al hun veren verliezen en ook nog allemaal tegelijk. Een soort rui. In de drie weken dat het duurt voor ze weer nieuwe veren hebben kunnen ze niet het water in. Want hun hele isolatiedekentje is weg. Daarom eten ze zich voorafgaand aan die periode helemaal ongans. Ze komen dan aan van rond de 1,2 kg naar ruim 3 kg.
  • Momenteel zitten er 12 pinguïns in de opvang. Het doel van de opvang is de pinguïns op te kalefateren en dan weer uit te zetten, maar als ze echt gehandicapt zijn, zijn hun overlevingskansen zo minimaal dat ze ze maar houden. Zo hebben ze er één die al 9 jaar bij hen is. Ze hebben nu een paar permanente bewoners. Eén mist een oog, een ander kwam binnen met een schedelfractuur en een derde was gegrepen door een hond. Die hebben ze in Adelaide Zoo 2x geopereerd waardoor zijn ene pootje wat korter is dan het andere.
  • Het bepalen van het geslacht van een pinguïn blijkt lastig. Het is al een paar keer voorgekomen dat een meisje een jongen bleek en andersom.

Na de pinguïns wilden we nog proberen zeeleeuwen te spotten in het dorp verderop. Omdat we het routekaartje van de dame van het informatiecentrum nergens meer konden vinden, hebben we een paar stoere surfers gevraagd of zij ze wisten te vinden. Dat wisten ze wel, hoewel ze ons weinig kans gaven. Maar wij zijn eigenwijs, dus toch gaan kijken. Eerst naar de verkeerde kant, hoewel we daar wel weer een geinig strandje met hoge golven troffen plus een paar andere surfers in actie. Hoewel, erg veel actie zat er niet in. De ene hoge golf na de andere lieten ze voorbij gaan. In een kwartier tijd heeft 1 van de 2 twee keer op z'n plank gestaan en de andere maar 1 keer en toen gingen ze er al uit. Nou ja, toch leuk om een keer in het eggies te zien.

Maar we waren op zoek naar zeeleeuwen, niet naar mánnen met woeste manen.
Aan de andere kant van het strand hadden we meer geluk. Hoewel ver weg, waren er toch een paar te zien die in de zee aan het spelen waren. Leuk leuk!
We hebben nog halsbrekende toeren uitgehaald om dichterbij te komen, wat ook gelukt is, maar echt foto's maken was lastig. Wat zijn die beesten snel!
Na dit stukje natuurschoon terug naar de camper. Met een trap. Theo helemaal blij, had ie er weer een om aan z'n verzameling toe te voegen. Merel en ik hebben hem omgedoopt in Trapa (in plaats van papa).

En toen op weg naar Adelaide. Daar staan we nu voor het laatst op een camping. Met indoor heated pool en springkussen (hahaha, vonden we in het begin heel bijzonder, zo'n jetser van een springkussen, blijkt hier heel gewoon. Kan niet schelen, het blijft leuk, dat springen op zo'n ding).

Vanmiddag vast de meeste zooi ingepakt, morgen het laatste restje en dan de camper nog even een beetje aan kant. En dan op naar Adelaide centrum, huurauto ophalen, camper wegbrengen, naar het hotel waarna we nog 2 volle dagen in en om Adelaide gaan rondkijken.

Via Cleland Wildlife Park door naar Victor Harbor

Change of plans vanmorgen. We besloten in plaats van naar de Monarto Zoo naar het Cleland Wildlife Park te gaan. Dat is een kruising tussen een dierentuin en een grote kinderboerderij met allemaal inheemse dieren. Dus kangoeroes, koala’s, Tasmaanse duivels, emoes en nog meer leuks. Maar the main reason waarom we juist daar heen wilden was de mogelijkheid om een koala vast te houden.

Een uurtje rijden later waren we er. En het was geweldig! Bij de ingang een zakje voer gekocht (een soort biks, maar dan kleiner) dat we aan zo’n beetje alle dieren mochten voeren. En toen naar binnen.

Het stikte er van de kangoeroes, ik geloof dat er wel 4 of 5 soorten rondhopten. En elke keer waren er wel een paar die uit je hand kwamen eten. Wat een zachte snoetjes hebben die dieren. En ze eten zo lekker relaxed. Niets schrokken, goed kauwen. Sommige lieten zich ook aaien, hoewel ze daar niet allemaal van gecharmeerd waren. Er was ook een moeder bij met een Joey in haar buidel. Hahaha, wat hing die kleine er melig bij. Kop en achterpoten staken uit, de rest zat lekker warm binnen. Deze moeke was wat schichtiger, maar dat is te begrijpen als je een kleine moet beschermen.

Toen naar de koala’s. ’s Ochtends om 11 uur kon je er naast staan, ze aaien en zelf foto’s maken, ’s middags om 2 uur mocht je er daadwerkelijk zelf één vasthouden en dan maakten ze een officiële foto. Dus vanmorgen dat eerste gedaan. Zo leuk.

Op het paadje naar de koalaverblijven werden we bijna besprongen door een soort diertjes, ik weet niet wat het zijn. Het lijkt op een rat, maar dan 3x zo groot. Verder loopt het een beetje als een kangoeroetje. Die kwamen in hordes op je af. En legde je dan wat voer op de grond, dan gingen ze er gezellig allemaal van eten. Ging je op je hurken, dan kwamen ze aan je snuffelen. Uit je hand eten deden ze ook, maar dat was niet zo’n succes.

Verderop nog meer kangoeroes, maar ook emoes. Die waren ook heel nieuwsgierig naar ons. Helaas was het eten toen al op, dus dropen ze vrij snel weer af. Maar niet voor één emoe zijn snavel bijna ín Theo’s videocamera had gestoken. Hahaha, supermelig. Die beesten maken overigens een wonderlijk geluid. Een gorgelend, klokkend geluid. Maar dan niet zoals een kalkoen. Het deed denken aan het geluid dat een afvoerputje maakt als daar water doorloopt.

Eindelijk was het dan 2 uur. Tijd om met een koala in de armen op de foto te gaan. We gunden Merel de eer en het genoegen. Hoewel ze eigenlijk te klein was, wilde de dame van de koala’s toch wel proberen of ze het in haar eentje kon. Ze zocht de kleinste koala uit: Goro. Hij is 3 jaar en weegt 'slechts' 9 kilo. Behendig klom Goro van de arm van de verzorgster op Merel haar arm, bijna tot op haar schouder. Hup, handen onder de bips van de koala en daar stond ze, met een echte koala in de armen. De eerste foto was meteen goed, zo stond ze te glunderen. En Goro keek ook precies in de lens. Echt gaaf.

Nog even gevraagd waar die naam vandaan kwam en dat is wel een grappig verhaal. Goro is opgevoed door een Japanse medewerker. En Goro was de vijfde koala die hij opgevoed heeft. In Japan is het gebruikelijk om het vijfde mannelijke kind Goro te noemen, dus vandaar.
Australische koala met een Japanse naam dus.

Wat een geweldig uitje was dit, zeg. In de giftshop nog een T-shirt en wat stubby holders gekocht (en nog wat leuks, maar dat is nog een verrassing) en toen gauw in de auto, op naar Victor Harbor! Op naar de pinguïns!

Iets meer dan een uur later waren we daar, precies op tijd voor de Penguin Tour. Maar helaas, die werd ons afgeraden. Er zijn namelijk bijna geen pinguïns meer in Victor Harbor. Opgegeten door sealions, maar voornamelijk door de afname van kwalitatief goede vis. Grote kans dat je voor niets in de bosjes ligt te wachten tot ze langskomen. Nou ja, dan morgen maar naar het pinguïn hospitaal op Granite Island. Een soort Leni ’t Hart maar dan voor pinguïns. Over een soort pier naar het eiland met een paardentram. Wat zegt u? De paardentram rijdt niet? Want de pier wordt opnieuw bestraat? Nou moe, dat is pech hebben. Gelukkig gaat de benenwagen wel. Nemen we die maar.

Als de pinguïns opgegeten worden door de sealions, misschien zijn die dan ook wel te bezoeken. En ja hoor, in een dorpje verderop schijnen die gewoon langs het strand te liggen. Misschien dat we daar ook een kijkje gaan nemen. Maar dat is morgen allemaal, nu eerst een rustig avondje in Victor Harbor.

Van Robe naar Murray Bridge

Moederdag! Vanmorgen werd ik gewekt met een heerlijk kusje en koffie op bed. En kadootjes natuurlijk. Merel had op school een prachtig hart gemaakt met daarin een brief. Daarin beschreef ze hoe ze over mij dacht met woorden die, op volgorde, begonnen met de letters van mijn naam. Heel mooi. En heel knap gedaan. Die brief ga ik zeker bewaren.
Van Theo en Merel samen kreeg ik twee goudkleurige ringen. Waar ik ook heel blij mee ben. Oh, en als ontbijt hadden we …. Pancakes! Jummie. Da’s weer eens wat anders dan toast met pindakaas en banaan. Of jam.

Over onze reis van vandaag kan ik kort zijn: saai en lang. Het was rotweer: zwaar bewolkt, regenachtig en voor Australische begrippen koud: 15 graden. (Hahaha, in Nederland zijn we dolblij als het in de herfst zo warm is). Langs de gekozen route was ook bijster weinig te doen. Hoogtepunt was Larry the Lobster, een Giant Thing. Die staan blijkbaar overal en nergens langs de Australische wegen. Ergens in de buurt van Adelaide schijnt ook een Giant Rockinghorse te staan. Misschien dat we daar ook nog even langs gaan.

We zijn dus maar kilometers gaan maken om zo ver mogelijk te komen zodat we morgen niet zo’n end meer hoeven. En dat is gelukt.
We zijn van Robe naar Murray Bridge gereden. Wat zal het zijn geweest? 250 km.? Murray Bridge ligt vlak bij Monarto Zoological Park, een soort Beekse Bergen. Iedereen die we erover spreken is laaiend enthousiast, dus daar willen we morgen naar toe. En dan aansluitend naar Victor Harbor.

Een stukkie tussendoor.

Even een berichtje tussendoor.

Van sommigen van jullie krijg ik ook e-mailtjes. Ik wilde laten weten dat ik ze allemaal lees!

Internet is hier echter niet zo makkelijk te krijgen als we dachten of we moeten er een boel geld voor betalen. Af en toe doen we dat, kopen we een half uur of een uurtje, maar dat is meestal net genoeg om de nieuwe verhalen te plaatsen, de foto’s te uploaden (dat kost het meeste tijd en dan heb ik ze al klein gemaakt), e-mail te lezen en de financiën beheren. E-mails antwoorden gaat dan echt niet meer lukken. Ik probeer het wel af en toe, maar als we nog tijd over hebben wil Theo ook nog even wat dingetjes doen.

Maar blijf vooral mailen, ik vind het erg gezellig. Zeker de stukjes over Kuki waarderen wij zeer, Anja. Dat het met Harley goed gaat, daar hebben we alle vertrouwen in. Erik: we hebben erg gelachen om de foto van jullie drietjes. Hahaha, en uiteraard heb ik even op je gestemd. Heb je gewonnen?

Mir, jammer van je huis, maar nu lekker een paar daagjes vakantie. Heerlijk. Ik kan er over meepraten

Laughing

Nu ik dan toch wat zit te babbelen, heb ik nog wel wat dingetjes. Ik heb het genoemd: “Wat ons tot nu toe ook opvalt in Australië”.

Ruimte, ruimte, ruimte.
Wat een ruimte overal. En een groen. Tot 10 km voor Canberra, de hoofdstad van het land, en het enige wat we zagen waren weilanden en wat heuvels. Met 1 weg en 10 auto’s. In de stad zelf was de grootste weg, die naar het Capitol Hill, 4-baans. Maar dan wel met een even brede strook groen ertussen als dat de banen samen breed waren. En dat midden in de stad.
En rijd je de stad uit, hoe druk het ook was (Melbourne was net Rotterdam), een kwartier later zit je weer op de 2-baans highway tussen het groen.
En zo is het overal. Waar je ook kijkt, zo ver als het oog reikt, groen: weilanden, bossen, heuvels. Hier en daar wel eens een huis, maar op sommige stukken kilometers niets of niemand.
Veel bosbouw ook. Tussen Portland en Nelson een weg van 50 kilometer met alleen maar dennenbossen. Net geplant, al 10 jaar oud en alles daar tussenin. Ook lots die net gekapt waren. En dan zag je hoe groot de oppervlakte was. Enorm.

In de weilanden schapen maar voornamelijk koeien. Nee, dat zeg ik fout: runderen. Want de stieren (of ossen) staan hier ook gewoon in de wei. Waarschijnlijk uiteindelijk voor de slacht, maar wel hun hele leven lekker buiten, in een wei. Niet opgehokt en volgepropt in een donkere stal. Alles loopt buiten, ook de kalfjes. En bij de niet-melkkoeien zijn moeder en kind gewoon samen. Niks kistkalveren, gewoon buiten.

Schoon.
En behalve ruim en groen is het overal ook zo schoon. Natuurlijk ligt er af en toe wel wat op de grond, maar zo zelden, dat dat ene ijsstokje of bierflesje meteen opvalt.
We zagen een man een hap nemen uit een broodje waarna een stukje plastic van de verpakking afbrak en over de grond wegwoei. En hij rende er achteraan om het op te pakken.
Nou zijn hier wel meer publieke vuilnisbakken dan bij ons (want bij ons zijn ze bijna allemaal weg), maar ook op plekken waar er geen staan is het gewoon netjes.

Brengt me op het volgende punt: spullen in de openbare ruimte worden met rust gelaten.
Over al en nergens zijn openbare toiletten, rustplekken, BBQ-sites, speeltuintjes. En alles is heel, schoon en netjes. En alles doet het gewoon. Niks niet gesloopt, in de fik gestoken, geen vernielingen, geen pestbende. Op een door god verlaten plek in the middle of niks staat een BBQ geval. Op gas. Waarschijnlijk staat daar een fles onder, want helemaal tot daar een leiding aanleggen voor die anderhalve toerist die het gebruikt …. Maar goed, gasfles dus. Moet je dan 20 cent in gooien, kan je een bepaalde tijd BBQ-en. Hoelang zou het in ons kikkerlandje duren voor het geld eruit gejat was? En dan wil ik niet eens denken aan wat er met de gastank zou gebeuren. Waarschijnlijk is die ook in no time gejat, maar anders zeker opgeblazen.
Het is zo’n verademing om te zien dat dat dus niet hoeft.
Graffiti hebben we wel gezien, maar alleen in de grote steden. Elders nergens.
Op de campings hangen bordjes in het douchehuis met de vraag of je even de dweil er doorheen wilt halen als je klaar bent. En iedereen doet het!

Toiletten
Waar je ook komt, overal kan je naar het toilet. In winkelcentra, bij een speeltuintje, langs het strand, in de middle of niks zelfs. En ze zijn allemaal schoon, er is wc papier zat en het is allemaal gratis. Klein dingetjes, maar oh zo heerlijk.

Vriendelijk
Als je ergens mensen tegenkomt zijn ze allemaal vriendelijk. Behulpzaam, aardig, nemen de tijd. Ook op de weg, als we iets onhandigs doen, zoals keren in een straat die daar eigenlijk wat smal voor is, blijft iedereen gewoon rustig wachten tot je helemaal klaar bent. Geen agressie, geen middelvingers, heerlijk. Sta je ergens met je caravan, komt er altijd wel iemand een praatje maken. Iedereen groet vriendelijk.
Probleem met de auto? Joh, no worries.

Dat was ‘m weer even. Verder weer braaf dagboekverhaaltjes.